Soms heb je van die gerechten die meteen een glimlach op je gezicht toveren zodra de geur door het huis trekt. Pulled pork is er zo eentje. Terwijl het vlees langzaam gaart en de kruidige aroma’s de keuken vullen, ontstaat er een gevoel van gezelligheid dat je meteen doet denken aan lange tafels, samen eten en eindeloos natafelen.
Het mooie aan pulled pork is dat je er zoveel kanten mee op kunt. Serveer het op een knapperig broodje met frisse koolsla voor een echte Amerikaanse klassieker, of leg het midden op tafel zodat iedereen zelf kan opscheppen. Het is comfortfood pur sang: makkelijk te maken, bomvol smaak en ideaal om te delen met vrienden of familie.
En het allerbeste? Terwijl de oven of slowcooker het werk doet, heb jij alle tijd om te genieten van een goed gesprek, een spelletje of gewoon een rustig moment voor jezelf. Tegen de tijd dat het vlees boterzacht uit elkaar valt, staat er een gerecht klaar dat gegarandeerd indruk maakt.
Ingrediënten
- 1 varkensschouder ook wel bekend als varkensnek of procureur, ongeveer 2-3 kg
- Zout en peper naar smaak
- 2 eetlepels bruine suiker
- 2 theelepels paprikapoeder
- 2 theelepels knoflookpoeder
- 1 theelepel uienpoeder
- 1 theelepel gemalen komijn
- 1 theelepel cayennepeper optioneel
Instructies
- Begin met het mengen van de bruine suiker, paprikapoeder, knoflookpoeder, uienpoeder, komijn, cayennepeper, zout en peper in een kom. Dit wordt je droge wrijfmengsel voor het varkensvlees.
- Dep de varkensschouder droog met keukenpapier en wrijf het droge mengsel gelijkmatig over het hele oppervlak van het vlees. Zorg ervoor dat alle kanten goed bedekt zijn.
- Verwarm je oven voor op een lage temperatuur, ongeveer 120-140°C.
- Plaats de varkensschouder in een grote braadpan of ovenschaal en dek het af met aluminiumfolie. Laat het vlees langzaam garen in de voorverwarmde oven gedurende 6 tot 8 uur. Dit langzame kookproces is essentieel om het vlees boterzacht te maken.
- Na 6-8 uur zou het varkensvlees zeer zacht moeten zijn. Haal het uit de oven en gebruik twee vorken om het vlees uit elkaar te trekken (vandaar de naam “pulled” pork). Het moet zo zacht zijn dat het gemakkelijk uit elkaar valt.


